Bibliofuture archief

Vijf jaar Bibliofuture: Gastblog Wim Keizer

Met het Bibliotheekblad heb ik een haat-liefde verhouding. Maar met Wim Keizer kan ik het inmiddels uitstekend vinden. In het begin begreep ik zijn www ook niet helemaal en schreef dan ook nog wel eens wat kritische noten. Het is mij een eer dat Wim zin had een gastblog te schrijven.

Hebben openbare bibliotheken nog toekomst en zo ja hoe ziet die er dan uit? In verband met het vijfjarig bestaan van Bibliofuture wil Joost Heessels graag dat ik daar, samen met een aantal andere gastbloggers, m’n licht over laat schijnen.

Bibliofuture is een blog waar ik regelmatig naar kijk. Ik voldoe dus graag aan je uitnodiging, Joost, te meer daar ik in jou wel een geestverwant herken. Verbazing en soms boosheid over al dat VOB- en KB-getuttel met informatie achter hekjes en slotjes. Ook verbazing over de vaak geringe respons op kritische artikelen (“zombies”). En ook ik heb wel eens dingen geschreven waarvan ik achteraf dacht: nou, dat had genuanceerder gekund. Maar ja, met nuances roep je vaak geen discussie op.

Hebben openbare bibliotheken nog toekomst? Ik heb geen idee. Ik heb wel de indruk dat naarmate instellingen het meer en vaker over hun toekomst hebben, de toekomstkansen geringer worden. En het veelvuldige gebruik van het begrip “toekomstbestendige bibliotheken” roept bij mij weerstand op. Hierin lijkt de toekomst een fenomeen vol gevaren waartegen we ons integraal moeten wapenen, zoals je huizen aardbevings- of overstromingsbestendig kunt maken. Maar de hele toekomst is onbestendig, dus wat betekent nou eigenlijk een “toekomstbestendige bibliotheek” als je het niet nader specificeert? Kunnen we het niet beter hebben over streven naar een “bibliotheekbestendige toekomst”, een toekomst die opgewassen is tegen het bestaan van bibliotheken, in welke vorm dan ook?

Gemeenten

Ik heb het meermalen geschreven: het openbare bibliotheekwerk is qua subsidiëring van de drie overheden voor 86% afhankelijk van gemeenten. En de totale inkomsten van openbare bibliotheken bestaan voor zo’n 20% uit gebruikersinkomsten. Ik zie deze percentages de komende jaren niet veel veranderen, dus blijft het een feit dat een bibliotheek met een gemeente die positief denkt over openbaar bibliotheekwerk en die er voldoende subsidiegeld voor heeft meer toekomstkansen heeft dan andere gevallen. De laatste tijd is m’n indruk dat er op het “platteland”, voor zover dat nog bestaat, dus laat ik zeggen in gemeenten met (meerdere) kleinere kernen, grotere bezuinigingen en inkrimpingen plaatsvinden dan in steden. De kans lijkt me in elk geval groot dat “het netwerk” van openbare bibliotheekvoorzieningen, waar de sanctieloze Wsob van uit gaat, een netwerk wordt met grotere mazen.

Lastig kiezen

Marketingdeskundige Paul Postma, door de VOB ingehuurd om een impuls te geven aan de Nationale Bibliotheekpas, pleit voor verhoging van gebruikersinkomsten om de bibliotheek daarmee minder afhankelijk te maken van subsidies. Hij ziet daar ook kansen voor, sterk gekoppeld aan de uitleenfunctie Misschien heeft hij gelijk, maar zijn insteek roept natuurlijk wel de vraag op, waar de bibliotheek precies voor wil zijn. Zoals ik ook al vaker betoogd heb, is het met vijf officiële functies lastig kiezen.

Waar willen bibliotheken en bibliothecarissen precies voor zijn? Zolang bibliotheken “publieke instellingen” willen zijn (dus afhankelijk van subsidies) moet die vraag in samenspraak met de eigen gemeente(n) worden beantwoord. Dus ook waar de – zo men wil: stevige – accenten in die vijf functies worden gelegd. In feite gaan het Rijk, de Tweede Kamer en/of de KB er niet over.

Scenario-denken

Een manier om naar de toekomst te kijken is natuurlijk via scenario-denken. Je krijgt dan een soort “als-dan-benadering”. In mijn Uitsmijter in Bibliotheekblad 1/2016 wees ik op een notitie van de KB hierover die ik nog steeds de moeite waard vind.

De KB onderscheidde op een horizontale as twee varianten: aan de linkerkant “overheid trekt zich terug” en aan de rechterkant “overheid blijft investeren”. En op een verticale as ook twee mogelijkheden: bovenaan “private en publieke partijen bieden concurrerende alternatieven” en onderaan “bibliotheek als uniek centrum voor informatie (monopolist)”. Daarmee ontstonden vier velden: rechtsboven “transformatie”, rechtsonder “evolutie”, linksonder “integratie” en linksboven “sterfhuis”.

In het scenario “transformatie” blijft de overheid wel investeren, maar neemt ook de concurrentie van private partijen toe. Bij “evolutie” blijft de overheid investeren en is er geen concurrentie (bibliotheek als monopolist). Bij “integratie” is er minder of geen overheidsbudget voor bibliotheken, waardoor bibliotheekfuncties integreren in andere instellingen (die wel subsidie krijgen). En zoals “sterfhuis” al zegt is de combinatie “overheid trekt zich terug” en “private en publieke partijen bieden concurrerende alternatieven” dodelijk voor publieke partijen en dus de bibliotheek.

Het stuk was uitgewerkt voor openbare bibliotheken (OB’en), universiteitsbibliotheken (UB’en) en de KB zelf.

Voor OB’en betekent “transformatie” dat er commerciële partijen bijkomen zonder dat die alles overnemen. Als passend beleid wordt gezien: samenwerken en proberen nieuwe inkomstenbronnen aan te boren.

“Evolutie” betekent dat de bibliotheken het heft in eigen hand kunnen houden, in nauwe samenhang met gemeentelijk beleid.

Bij “integratie” is de bibliotheek niet leidend meer, maar gaan de functies op in andere organisaties die nog wel subsidie krijgen (onderwijsorganisaties, culturele instellingen).

En “sterfhuis” dreigt werkelijkheid te worden, als de bibliotheek geen actie onderneemt. Signalen zijn een teruglopend aantal uitleningen, minder bezoekers en minder gemeentesubsidie. Aangeraden wordt zelf stappen te zetten naar het integratie- of transformatiescenario. Het evolutiescenario (veel subsidie, geen concurrentie) wordt kennelijk uiterst onwaarschijnlijk geacht.

Gebouwen en vakmensen

Ik heb jou, Joost, vaak zien pleiten voor minder nadruk op gebouwen en meer op de activiteiten van bibliothecarissen. Als je daarmee bedoelt dat de toekomst van bibliotheken niet afhangt van alleen maar mooie gebouwen ben ik het met je eens. De kern is toch wat er in en met die gebouwen gedaan wordt. Een paar jaar geleden waren er pleidooien om van bibliothecarissen beroepsbeoefenaren te maken die “content in context” gaan plaatsen. Maar dat is iets wat bijvoorbeeld schrijvers en journalisten al jaren doen. En ook die zoeken, als niet-gesubsidieerde beroepsgroepen, door de komst van internet naar nieuwe digitale benaderingen die de benodigde inkomsten kunnen opleveren.

Overigens lijkt “de substitutie” van papier door e-content (en van de fysieke bibliotheek door de landelijke digitale bibliotheek, waar de VNG warm voorstander van was/is omdat gemeenten daarmee flink zouden kunnen bezuinigen op gebouwen en boeken) bij kranten harder te gaan dan bij boeken. Ik las laatst ook een leuke verklaring: een krantenuitgever verkoopt lezers aan adverteerders en een boekenuitgever verkoopt boeken aan lezers. De laatste maakt dus meer kans op overleving (in de huidige vorm) dan de eerste, want adverteerders zitten tegenwoordig veel meer bij Facebook en Google dan bij krantenbedrijven.

Maar de kern van het vak van schrijver, journalist, bibliothecaris en andere informatieprofessionals is en blijft toch te helpen voorzien in adequate informatie, opdat mensen goed geïnformeerd kunnen zijn over alles wat hen interesseert en wat zij zouden moeten weten. Ik kan niet zeggen op welke manieren en met welke financiering dit in de toekomst het beste kan geschieden. Juist omdat we het niet weten, vind ik experimenten in het kader van innovatiebeleid zinvol.

Zeven thema’s

Ik benoemde enkele jaren geleden zeven algemene thema’s (met vragen) voor openbare bibliotheken die volgens mij nog steeds van belang zijn:

  1. Het eerste is de oude vraag waartoe een openbare bibliotheek op aarde is. Wat wil zij voor wie bereiken? Welke diensten biedt zij aan met welk resultaat? Waarom wil zij dat? Hoe wil zij dat? Wat is het verdienmodel? Behoort overheidssubsidie (publiek geld) vanzelfsprekend te zijn voor het veelvormige aanbod van bibliotheken? Of liggen ook betalingen door individuele consumenten, betalingen door groepen, instellingen of bedrijven (privaat geld) voor de hand? Iets van alles wat (hybride)? Hoe communiceren de bibliotheken dat helder naar alle partijen?
  2. In welke mate maken openbare bibliotheken hun pretenties waar? Hoe meet je hun resultaten (als ze betaald zijn met publiek geld: de social return on investment, als ze betaald zijn met particulier geld: de winst- en verliesrekening).
  3. Voor publieke bibliotheken: welke prioriteit geven de overheden aan welke taken? Is de huidige verdeling van gelden over de vijf bibliotheekfuncties (o.a. in 2012 geschat door de DSP-groep), de best mogelijke? Zijn er sinds 2012 verschuivingen opgetreden en waren dat dan wenselijke verschuivingen?
  4. Voor publiek bibliotheekwerk: hoeveel overheidslagen moeten zich met openbaar bibliotheekwerk bezig houden? En hoeveel en welke instellingen hebben we per laag nodig? Kan het met de nog steeds grote drukte niet een beetje minder?
  5. Voor publiek bibliotheekwerk: moeten de digitale bibliotheek en fysieke bibliotheken een echte “twee-eenheid” zijn of kunnen het beter te onderscheiden eenheden blijven, met eigen geldstromen?
  6. Moeten openbare bibliotheken meer eenheid uitstralen en is voor bibliotheken eenzelfde merkbeeld noodzakelijk of is dit uit het bedrijfsleven afkomstige marketingtheorie waar bijvoorbeeld musea niet aan meedoen?
  7. Teruggrijpend op het WRR-rapport uit 2005 over informatievoorzieningen en hun samenhang, Focus op functies: moeten we de openbare bibliotheek niet in de hele context zien van alles wat er is op het gebied van informatievoorzieningen, dus de focus op functies leggen in plaats van op instellingen? En dan in brede zin nagaan voor welke informatiefuncties overheidsgelden gerechtvaardigd zijn?

Eigenlijk vind ik dat laatste nog steeds een goede benadering, maar waarschijnlijk zijn de afzonderlijke instellingen tegen zoveel contextualisering niet bestand. Want voor alle organisaties, inclusief bibliotheken en provinciale ondersteuningsinstellingen, gemeenten en provincies, geldt toch het streven naar zelfinstandhouding in een veranderende wereld.

Hoe het ook zij, ik wens Bibliofuture een goede toekomst. Op naar de volgende vijf jaar!

Getagd ,

Over Joost Heessels

Ik ben een creatieve generalist met hart voor de publieke zaak. Ik geniet ervan als ik een bijdrage kan leveren aan innovatieve ontwikkelingen voor mens en samenleving. Ik geloof in holacratische organisaties, ondernemende ambtenaren en coöperatieve bibliotheken. Ik heb sterke affiniteit met de brede culturele en maatschappelijke vraagstukken. Ik sta open voor een nieuwe uitdaging! Momenteel werk ik Voor Rijkswaterstaat CD NOVA, een plek binnen Rijkswaterstaat waar complexe maatschappelijke vraagstukken op een onderscheidende manier worden aangepakt. We initiëren verkenningen en experimenten die bijdragen aan een wendbaar en toekomstbestendig RWS. Daarbij richten we ons op het organiseren van nieuwe samenwerkingen, zowel binnen RWS als daarbuiten, en verrijken we bestaande samenwerkingen. Binnen deze club houd ik mij bezig met o.a. verkenningen en experimenten naar Living Labs, community 's en middelen om intern en extern te communiceren en het delen van informatie. Keywords: Vernieuwing | Innovatie | Samenwerken | Informatie | Advies | Dwarsdenken | Communicatie
Bekijk alle berichten van Joost Heessels →

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.